Karosta 2005 – ‘Gated Communities’

In 2005 was ik te gast in Karosta, een ex-Sovjet oorlogshaven in Letland. Daar bestudeerde ik de gedragingen van de bevolking van deze plaats: 2de of 3de generatie Russische immigranten. De ouders waren terug gekeerd naar Moskou maar de kinderen waren gebleven. De grootse bevolkingsgroep  van deze unieke populatie waren kinderen jonger dan 10 jaar. De Letste staat wilt deze mensen niet herkennen als hun eigen volk, maar ook Rusland weigert ze een nationaliteit toe te kennen (omdat ze niet terug gekeerd zijn). Zodoende hebben ze er geen. Op hun passport staat er ‘aliën’.

Onafgebroken razen de beats:

(memoires van een kunstenaar)

Riga – Karosta:

 

Die walm, zo doordringend, wat eten ze hier toch allemaal? In een plasticzakje, verwarmd, het stonk, ik herkende het echt niet. Deeg, uien, wat was dat? Zeker in combinatie met een autobus vol mensen, was dit een onaangename geur dat zich presenteerde aan mijn neus. Het was de ene regenbui na de andere dat op het dak van dat busje neer pletste. Druppel na druppel zag ik de regen door het plafond komen. Een uur voorheen was ik ingestapt in dit kleine autobusje richting Karosta. Een vriendelijk, onwennig, meisje had me staan opwachten in luchthaven van Riga. Zo’n een typisch academie studentje: gekleur haar, verfrommelde kleren en verward. Ze had me eerst naar een bankcontact gebracht en dan naar het busstation. Ze bestelde me een enkel ticket richting Liepaja. Liepaja is de stad waar de haven Karosta bij is. De letterlijke vertaling van Karosta is oorlogshaven (Kara-Osta).

Nu zat ik daar op dat busje, het had nog niet eens plaats voor 20 mensen. Eigenlijk was het een veredelde bestelwagen van Mercedes waar ze enkele autobuszetels hadden in gevezen. Ik had plaats genomen op de achterste bank. Mijn rugzak en mijn valies vol tekengerief en mijn Canon A1 camera erin stonden dicht naast me op de bank. Het onbekende bezorgt mij vaak een signaal van extra aandacht.

Zoals ik al zei: het regende, het regende harder en harder. Ook boven de zitplaatsen was er een gelijkenis met een echte bus geïmproviseerd. Er waren lichtjes en het plafond was bekleed met stof. Jammer genoeg sijpelde de regen er beetje bij beetje door. Gelukkig was het niet op de plaats waar ik me had neergezet. Het was enkele banken voor mij. Waar er een mevrouw van rond de 45j zat. Aanvankelijk had ze het niet door dat haar schouders helemaal nat werden. Maar na een eindje voelde ze toch nattigheid en schoof ze gewoon een beetje op. Ze was het blijkbaar gewoon dat het ook binnen in het busje regende. De rit duurde ongeveer 4.30u. (checken???) en telde 250km.

Langs de weg zag ik niets meer dan bomen, bomen en ja, nog eens bomen. Voornamelijk naaldbomen en dennen begroeiden de grond. In Letland zijn er meer bomen dan mensen. Vandaar dat je ook niet zoveel mensen ziet in de dorpen, ze verstoppen zich achter de bomen. In de Belgische Ambassade, op de nationale feestdag, kwam ik er achter wat de Belgen zoal doen in Letland. Natuurlijk houthandel: ze kappen er de bomen en vervoeren die dan richting België.

Soms werd er halt gehouden. Ergens in the middle of nowhere, daar stond er dan een bushokje. Ik koester nog steeds het idee om een fotoreportage te maken van deze hokjes. Ze hebben nog steeds de afstandelijke vormen van het vorige tijdperk. Terwijl in de dorpen er al nieuwe, meer flashy gebouwtjes staan. Af en toe reed de bus af van de hoofdweg. Dan reed die een dorp of een mini stadje binnen. Ook die kleine stadjes hebben flatgebouwen, zoals overal in het Oostblok. Er werd toen voor enkele minuten halt gehouden en de mensen stapten eventjes uit om hun benen te strekken of om iets te consumeren, stinkende broodjes bvb. Sommigen maakten gebruik van de stops om een plasje te maken. Er kwamen mensen bij, er waren er die de bus verlieten. Leuk om zien, maar eigenlijk gewoon, zoals altijd. Enkel de omgeving was anders. Het meest irritante was toch die geur van dat broodje. De man naast mij, een Rus, had een vriendelijke lach. Hij zag wel dat ik het niet gewoon was en wat achterdochtig rond mij heen keek. Ook al probeerde ik dat zo goed mogelijk te camoufleren en me te verdiepen in ‘Generation X van Douglas Coupland’. Het was wel hij die terug kwam met zo’n stinkbroodje, een stinkpateetje. Mijn focus op dat broodje en die geur kwam voornamelijk uit het feit dat ik vegetarisch ben en nogal gek op koken. Anyway, mijn gedachten verplaatsten zich naar mijn eigen voedingspatronen en de bevraging kwam wat ik vanavond zou voorgeschoteld krijgen bij mijn aankomt in Karosta. Stel je voor… Wat ik je nu al kan zeggen: ik hou nog steeds niet van die koude paars-roze bieten soep. De kokkin van Karosta had een eindje in België gewoond en wou mij verrassen met hun culinaire hoogstandjes. Maar helaas was ik niet altijd een even grote fan van hun keukengewoontes.

Er waren werkzaamheden bij het binnenrijden van Liepaja. De baan naar de Kust, Liepaja ligt aan de kust, is een tweevaksbaan. Je mag er echt niet veel van verwachten. Lichten zijn er niet en ook geen witte lijnen. Ja, die zijn er wel tot op ongeveer 10 km buiten Riga en dan is het gedaan met de luxe. Dan begint de weg te bubbelen, vol putten en met keien gevulde putten. Zo diep dat de bus er soms moest rondrijden om het ons toch nog een beetje comfortabel te maken. Stel je voor wat moet dat zijn in de winter: regen, sneeuw en putten, zonder riolering. De baan vanuit Liepaja richting Riga werd dus ook vernieuwd. Misschien binnen enkele jaren zullen de werkzaamheden in de richting van Riga en de werkers vanuit Riga elkaar tegen komen. Zoals de Engelse en Franse delvers in de tunnel onder het Kanaal elkaar de hand schudden destijds.

Bij aankomt aan het bus- treinstation van Liepaja stond er niemand op mij te wachten. Irita, het meisje waar mee ik verschillende e-mails had gewisseld was er niet. Tja, dat deed me net niet in paniek slaan. Ik stond wat rond me te kijken en vond het stationnetje wel charmant. Het was verlaten en ik kon nog steeds geen voorstelling maken van het centrum van Liepaja of van Karosta. Daar kwam er plots een meid van op de brug over de treinsporen naar beneden. Aan de blik te zien was ze op zoek naar mij. We schudden handen en wisselde enkele woorden. We moesten terug over de brug, om dan aan de andere kant van de sporen de microbus te nemen richting Karosta. Het systeem van de bussen in Liepaja was ook niet zoals ik het gewoon was. Je hoefde enkel langs de weg te staan en je hand uit te steken als er een busje langs reed. De busjes waren terug bestelwagentjes met banken in gemonteerd. Elke chauffeur mocht zijn busje naar eigen smaak in richten. De ene had gewoon enkele autobanken getimmerd in de laadruimte, een andere had leuke gordijntjes hangen en nog een andere zette zijn muziek veel te luid. Aangenaam was het wel, iedereen dicht op elkaar gepakt en vaak met beslagen ruiten als gevolg.

Karosta had me van het moment ik uitstapte in zijn greep. Microbus nummer 6 stopte midden tussen de blokken. Midden tussen de grote eindeloze en troosteloze flatgebouwen. Het was een groot grasveld. In de 360° rondom mij zag ik niks anders! Neen, dat is gelogen, ik zag nog een koe. Ja, echt waar, er liep daar een koe tussen de gebouwen. Rustig grazend van het van het gras. Niemand leek zich te storen aan de koe. Voor mij was het in elk geval een grappig surrealistisch zicht. Toch kon dat mijn compleet overrompelde beeld niet veranderen: Karosta is heavy stuff! Nadien heb ik wel een ander beeld gekregen, want niet alle microbussen richting Karosta stoppen op deze plaats. Microbus nummer 3 passeert hier niet, deze stopt wel aan de Karosta brug, niet zover van de oude Franse gebouwen, gebouwd door de Tsaar in 1905. De nummer 3 stopt zelfs voor de K@2 galerie als je je hand uitsteekt en mee wilt rijden of als je wilt uitstappen als je vanuit de richting van Liepaja komt.

Irita nam me mee naar het huis van de twee admiralen. Daar was mijn slaapkamer: Babadouchka’s room. Tot voor kort had er een oud vrouwtje gewoond en niks in de kamer was veranderd. Al haar oude spulletjes stonden er nog. Heel bijzonder was de sfeer in dat kamertje. Echt comfortabel heb ik me er nooit gevoeld. Na het zien van mijn kamer bracht Irita mij naar Calle, Karl Biosmark. Hij was samen met Christine Briede de stichter van het K@2 project. Heel verward was ik toen we daar beneden in de keuken zaten. Weer werd ik overvallen door vreemde geuren en ook de kleuren van de geverfde muren waren mij vreemd. Dit is de Sovjetstaat, naar deze vervreemding was ik opzoek! Maar ook de weg in het grote gebouw om in de keuken te komen leek mij een gigantisch labyrint. Terwijl het bij nader inzien slecht enkele deuren en gangen waren. Het was nieuw voor mij en het leek allemaal zo ongelofelijk ingewikkeld.

Boven op de deurplint had de vorige bewoonster, die een jaar of 90 moet geweest zijn, met een kaarsroet drie kruisen aangemaakt. Dit had de bedoeling om de boze geesten van de kunstenaars buiten te houden uit haar kamer. Het oudje verbleef in het zelfde gebouw waar vaak veel kunstenaars samen komen en ze vond hun houding maar niks. Daarom had ze drie kruisen gerookt op de bovenkant van de deuropening. Die zelfde kruisen heb ik dan ook nog op andere plaatsen in het gebouw gevonden. Ze had, vanuit haar bijgeloof, de hoofd priester van de Orthodoxe kerk laten komen om het gebouw te vrijwaren van boze geesten.

Opening TT:

 

 

De rendez vous met Calle: één à twee keer per week kwam Calle ’s avond naar mijn atelier. Hij stelde het al in de namiddag voor of ik vroeg het hem. Dan spraken we af hoe laat hij zou komen naar mijn atelier. Soms had ik al gedaan met mijn werk, soms was ik nog bezig met tekenen of het proces dat mijn werk bevat. Hij bracht een paar pintjes mee, of ik had wel iets achter de hand. Gewoon de avond laten komen, zoals ik thuis met enkele vrienden een pintje zou drinken en de dag kon overlopen. Ik voelde wel dat Calle er nood aan had. Zijn relatie met Christine was op de klippen gelopen en toch bleven ze samen vechten voor hun project. Vaak was de spanning te snijden tussen die twee. Calle hield zich bezig met de motorische kant van de zaak. Hij zorgde ervoor dat de gebouwen in orde waren, dat de veel besproken terras er zou komen, de fietsen verhuur en meer van die dingen. Christine was eerder de huismus. Zij zat de hele dag te surfen en was altijd bezig met nieuwe contacten. Hun onderlinge conversaties hielden het hoogst nodige in. Calle leefde eerder van dag tot dag, terwijl Christine eerder de logistiek en de richting bepaalde. Je moet je voorstellen hoe de gebouwen er aan toe waren toen ze daar voor het eerst aan kwamen. Er was geen elektriciteit, geen verwarming en de meeste ramen waren verdwenen. Er was een maffia organisatie in Karosta binnengeslopen die systematisch alle gebouwen plunderde. Ze verkochten de ramen voor afvalmateriaal. De koperdraden werden uit de muur gehaald om samen met alle andere bruikbare metalen verkocht te kunnen worden als oud ijzer. De mannen gingen systematisch te werk, tot dat er naakte karkassen resteerden. Net of het gieren waren die een lichaam van een dier zeer zorgvuldig bewerkten tot er nog een geraamte overbleef. Hier was het geraamte een structuur van beton. In de oude gebouwen waren ze nog niet zo ver gevorderd. Nog niet zover als de achterste appartementsblokken, deze waren pas echt naakt. Calle, Christine en nog enkele guerrillastrijders voor de kunst, hebben hun gebouwen letterlijk en figuurlijk moeten verdedigen tegen deze bendes. Ik schrik ervan – terwijl ik dit nu terug beschrijf- hoe Calle mij dat verhaal deed. Deze mensen verdedigen het vrije denken, het geeft me kippevel! Zij hadden een heel ander beeld van het nieuwe denken dat werd aangekondigd bij de onafhankelijkheid. Maar heel snel hebben ook zij moeten toegeven dat de verblinding van het product iedereen in zijn macht had. De Sovjet dictatuur is misschien verdwenen, maar de dictatuur van het product is er in de plaats gekomen.

De gesprekken met Calle, in het atelier, waren verscheiden. Over kunst werd er niet zo zeer gesproken. Want dat kan ik zelf ook niet hebben. Het uren lang lullen over hoe schoon een bepaald werk wel is, of over de belangrijkheid van een bepaalde kunstenaar kan mij gestolen worden. We hadden het liever over het standpunt van de kunstenaar dan over zijn werk. Zowel in West-Europa als in het Oostblok.

 

 

(bedenkingen)… Toch kwam ik tot de conclusie dat er geen onafhankelijke scène was bij ons. Als er dan een goed initiatief werd opgezet, werd dit direct opgeslorpt door de machine. De machine dat kapitalisme heet en waar het kunstgebeuren zo zwaar onder gebukt loopt. Er is geen centrum in Vlaanderen dat een radicale positie inneemt. Alles is mainstream of is een adept van de grote instanties.

Volgens mij heeft het gebrek aan houding bij de kunstenaars veel te maken met de financiële kracht van de bezoeker op de opening van een nieuwe tentoonstelling in het museum en de galeries. Terwijl veel kunstenaars wel met deze ingesteldheid vertrekken en toch geen antwoord kunnen geven aan het financiële glamour geweld van de grote musea. Zeer jammer is het te weten dat dit de enige weg is om te overleven in de kustscène. Er is geen gelijkheid tussen de koper en de maker van het product. Nu ja, veel kunstenaars staan er gewoon niet bij stil en willen kost wat kost hun product aan de man brengen. Ze denken niet eens na over de impact van een museum of hoe zij zelf het product worden. De adaptatie van het Madonna ideaal is niet veraf bij dat volkje. Ze denken gewoon niet na. Misschien nemen ze Dali of Andy Warhol als hun voorbeeld. Terwijl ze niet eens beseffen wat de gevolgen zijn van hun daden. Het is beangstigend om te zien hoe zeer jonge kunstenaars geen eigenheid meer hebben. Ze doen wat er gezegd wordt in galerij x of y. Spreken naar de mond van hen die ze kunnen lanceren. Maar is er geen spreekwoord dat zegt ‘bite the hand that feeds you’?

Kunstenaars moeten veel meer de dingen van zich afbijten en hun eigen ding doen, hoe moeilijk dat ook is. Want het instituut bepaalt de dag van vandaag veel te veel wat de kunst van morgen zal zijn. Terwijl het eigenlijk omgekeerd zou moeten zijn: de kunstenaars moeten zelf de kunst van morgen produceren. Ja produceren, het is een product dat we maken. Daar moeten we ons altijd van bewust zijn. Maar hoe de kunstenaar zijn product aan de man brengt of hoe het werk tot stand komt, daar heeft de kunstenaar zeer veel controle over, indien hij dat wilt. Dit alles heeft ook te maken met de houding tegenover de markt. Als we zien hoe de wereldeconomie draait -vanuit een dominantie van het westen- dan zal de markt van het kunstproduct ook niet veel verschillen van deze, gezien de liberale houding van de verzamelaars en de kopers. De makers en hun inhoud worden zo oppervlakkig dat er vaak geen verschil meer is tussen een installatie en een glas bier. Maar ook de houding van de verkopers van de kunst naar de consument toe is verschrikkelijk. Deze houding is eigenlijk heel goed te vergelijken met de algemene houding van het Westerse denken tegenover de rest van de wereld. Wij zijn juist, wij hebben de waarheid: take it of leave it. Als je er niet in thuis hoort, word je eruit gefilterd. Dat is zowat de nieuwe tendens van onze eigen democratie. Wie zich niet aanpast, vliegt eruit. Er is geen ruimte voor interpretatie, terwijl dit net de inhoud van kunst zou moeten zijn. Zo is de democratie geëvolueerd onder druk van de markt.

De galerie had op vrijdagavond een opening. Samen met Calle zat ik op het bankje buiten de galerie. Het was een mooie avond, de zon was niet meer te bespeuren, ze zat reeds achter de bomen. De galerie lag op wandelafstand van de zee. Daar, waar de Russen een deel van hun bunkers hadden geplaatst onder de duinen. In die bunkers stonden destijds de kernraketten en andere vliegende projectielen. Nu lagen de bunkers er verlaten bij. De structuur was in een enorm stevige boogvorm. Er mochten wel enkele westerse bommen opvallen, zo snel zouden ze het niet begeven. Er lag veel glas op de grond van illegale feestjes, georganiseerd door de lokale jongeren. Ik heb één feestje meegemaakt op het strand. Een zeeman kwam voor enkele dagen terug naar huis. Hij was opgegroeid in Karosta en bevaarde nu alle zeeën van de wereld. Hij sprak vloeiend Engels en had een zeer brede kijk op de wereld buiten Karosta. Er was een vuurtje, waar er visjes werden op gebakken. Iemand had zijn gitaarvesterker meegebracht en ook de bassist van de Pomodorchics was ergens te bespeuren. De Pomodorchics was de lokale band. Hij speelde zeer goed en had wat van Larry, de bassist van The Victims Family in zijn spel. Zij die The Family kenen, zullen wel begrijpen dat het een goede bassist is. Toen ik hem vroeg of hij die band kende, wist hij van niks. Hij had er nog nooit van gehoord. Tijdens die avond vertelden ze me over de punkbands in de Sovjettijd en over de nieuwe Russische rockers. Ik weet eigenlijk niet of ik de naam van zijn band juist schrijf. Maar het kan mij niet veel schelen. Het doet me denken aan hoe zij de namen van Amerikaanse popsterren een eigen schrijfwijze gaven. Ze schreven het op hoe het voor hen klonk. Heel grappig, maar het had wel iets. Het deed me denken aan de Fransman die Mickel Jaksones uitspreekt terwijl hij het eigenlijk over Waco Jacko heeft.

Een soldaat van het Letse leger had een studie gedaan over Karosta en had mij al eens meegenomen naar de gedeeltes waar het Letse leger nu hun kazernes had. Het waren voor een deel oude Russische gebouwen waar naast nieuwe gebouwen in aanbouw waren, met geld van de Europese Gemeenschap. Ik had er ook al enkele Duitse soldaten ontmoet. Eén van de mannen vertelde me dat ze duikinstructeurs waren die een opleiding gaven aan de Letten.

Toen ik vroeg aan de Letse soldaat, die mij de rondleiding had gegeven, hoe hij de toekomst van het nieuwe Europa zag, was zijn antwoord zeer kort en duidelijk: De Russen konden de Sovjet-Unie niet controleren omdat het te groot was en omdat er te veel verschillende stammen woonden. Hetzelfde zag hij gebeuren met West-Europa: te groot en te lomp. De man wist me ook te vertellen hoe sterk onze grenzen aan het worden zijn. Hoe hevig er geïnvesteerd werd in definitie van de natuurlijke grenzen…

De man vertelde mij over de extreme vormen van paranoïa die er heersten in de USSR. Het strand van Liepaja werd elke avond heel netjes gerakeld, door met een tractor over het strand te rijden met een grote rakel er achter. Ze hadden schrik dat de spion vanuit de zee  voet aan wal zou zetten en dit net op de plek waar hun stranden waren. Dit hield ook in dat er een verbod was om ’s avonds nog even met je lief hand in hand over het strand te slenteren.

Ik zat dus nog steeds op het bankje voor de galerie, genietend van de avond, wachtend op de kunstenaars die uit Riga zouden komen. Metalen objecten werden er tentoongesteld, deze waren op de langste nacht van het jaar gemaakt met verarmd metaal. Het proces was zeer eenvoudig. De kunstenaars sneden de vormen en figuren die ze wilden gieten uit in piepschuim. Dat piepschuim stopten ze onder zand, met een buisje naar buiten. Er werd een groot vuur gemaakt en ook een geïmproviseerde oven om metaal te smelten. Het vloeibare metaal, dat ze in de vorm goten, was zo heet dat het piepschuim direct tot stof werd herleidt en zo kon de vrijgekomen ruimte gevuld worden met het verarmde metaal. Dit was een zeer oude traditie in het Noorden, bij de verering van het licht.

De kunstenaars hadden een beetje dezelfde arrogante houding als veel van die westerse good looking image artiesten. Ze voelden zich nogal koning in hun eigen vriendenkring en vonden het project in Karosta niet echt fantastisch. Het lag te ver van het hippe en verwesterde Riga. Voor ik het goed besefte stapten ze al terug in hun wagen om zo snel mogelijk de kuststreek te verlaten en terug te keren naar hun biotoop. Daar waar ze kunnen schitteren in hun hippe bars en met hun vriendjes de echte kunst kunnen beleven. Een nacht in Karosta zou hun ego kunnen schaden of ze zouden hun favoriete rol niet kunnen waarmaken. Wat hun favoriete rol is, laat ik nog in het midden…

We bleven dus over met enkele lokale bewoners. Ondertussen was ik verwikkeld in een monoloog van een oude Rus. Hij bleef maar ratelen tegen mij in zijn ongelooflijke taal: Russisch. De man had al heel wat wodka door zijn aderen laten stromen die dag. Aan zijn figuur kon ik zien dat het geen toeval was dat hij vandaag dronken over de baan liep. Zijn ogen waren doorzopen. Hij beet er mijn oor bijna af, zo dicht kwam hij om mij zijn verhaal te vertellen. Ik voelde zijn ontreddering, zijn vervreemding van deze wereld. Hij zag nog steeds in het Communisme met zijn hoofd. De tijd had voor hem stilgestaan en hij acteerde nog steeds zijn rol van Officier. Hij was één van de ergste soort. Zij die de ondervragingen doen, zij die de zogezegde spionnen moeten vangen. Op een moment stelde hij voor om naar huis te gaan om zijn ‘Moonshine’ te halen, de Russische vertaling weet ik nog steeds niet. Calle had dit naar het Engels vertaald voor mij. Hij zei ook dat ik voor gekookte aardappelen moest zorgen met zout, dat was blijkbaar de gewoonte. Tja, toen kwam hij terug met een gerecycleerde plastic fles. Deze had hij gevuld met zijn illegale wodka. De naam ‘Moonshine’ komt door het feit dat ze ’s nachts moesten brouwen en dus vaak bij maneschijn. En of het straf spul was! Eén slok was genoeg om een groot stuk van de Russische steppe in brand te zetten met je adem. Ondertussen was ‘Crazy German’ ook al in de galerie. Dat is een Berlijnse kunstenaar die in Karosta is blijven wonen. Hij had nog een dochter van 18j die enkele dagen later zou langskomen in Karosta. Crazy German had zijn naam niet gestolen. Hij hield van het ruwe gedrag van de oude Rus en had het wel niet door dat ik mijn glas wodka onder mijn arm doorschoof en dat hij er vaak twee dronk. De avond vorderde en iedereen had genoeg van dit vuurwater achterover gegoten. Ondertussen begon ik ook goed te begrijpen wat een Russian Cowboy wel was. Die Texas Cowboys kunnen misschien een zeer directe en arrogante manier van converseren hebben, maar de Russen hoeven zeker niet onder te doen. Volgens mij zijn ze nog straffer in hun fysiek gedrag en verbale geweld dan die cowboys uit het zuiden van de VS. Maar zoals ik al zie, die man was helemaal niet meer van deze tijd. Hij begon plots harder en strenger te spreken. Tot hij mij plots in het Engels verweet een Belarus Spy te zijn. ‘You Belarus spy’, en spuwde op de grond. Hij had zijn arm rond mijn schouders en klemde mijn nek als een worstelaar tussen z’n arm. Terwijl hij maar bleef roepen in mijn oor. Hoe lang zou het duren voor hij in mijn oor zou bijten, was mijn grootste vrees. Plots liet hij mij los en stond heel strak voor mij. Keek me recht in de ogen en gedroeg zich als een militair in dienst. Hij stampte zijn voeten tegen elkaar en was echt wel van plan om zijn rol te blijven spelen. Calle vertelde me later dat hij mij constant bevelen gaf in het Russisch, dat hij mij vernederde en bespotte. Daar ik niets begreep van zijn taal, was ik enkel afgewezen op zijn lichaamstaal en op de klanken dat hij produceerde. Ik had wel een vermoeden dat hij de rol van Russische overste aan het imiteren was. Natuurlijk is het de vraag of hij aan het imiteren was of dat hij zich echt in zijn rol waande. De sfeer werd donkerder en agressiever. De man nam plots mijn hand vast en boog mijn pols met een breektechniek over, tot ik op mijn knieën zat. Tijdens mijn buigen hief hij zijn knie op. Ik kon me net nog ontwijken van zijn kniestoot richting ballen. Dan hebben ze maar besloten om hem buiten te gooien.

Hij had mij zelfs uitgenodigd om de volgende dag naar zijn uniform te gaan kijken. Hij wou het aantrekken voor mij en terug de officier spelen. Christine zag dat natuurlijk volledig zitten en wou het gebeuren filmen. Jammer genoeg zijn we dan toch niet op zijn uitnodiging ingegaan. Wie weet had hij mij wel bewerkt met elektrische schokken. Ik kan nog steeds terug keren als ik er zin in heb…

Nadien beeldde ik me in dat de man door de Russen was achtergelaten. Dat ze hem een injectie hadden gegeven met een medicatie die er voor zou zorgen dat hij in een trip zou blijven zitten. Maar de enige trip dat hij heeft is gekomen door het overmatige gebruik van wodka en die heeft er voor gezorgd dat zijn realiteitszin helemaal verdwenen is.

 

Advertenties

Een gedachte over “Karosta 2005 – ‘Gated Communities’

  1. Pingback: Latvia – Karosta 2009 « Peterpuype's Blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s