Categorie archief: religion

ICONOCLASM – Mediations Biënnale – Poznan – Poland.

An Iconoclast is someone who attacks and seeks to overthrow traditional or popular ideas or institutions. Mother Mary, the Holy Virgin, is in that sense a metaphor for the Westeren ideology. This work is not only an attack on the Christian Church, it’s symbolic attack on the West. On the vernisage of the group show ‘That’s All Folks’ (2010 / Bruges / Belgium / artists: Art and Language, Carlos Aires, John Isaacs, ) the visitors could throw stones to the plaster statues of the Holy Virgin. ‘Iconoclasm’ is now on view on the Mediations Biennale in Poznan, Poland.

The visitors who threw stones are unaware about the manipulation of the artist. It’s easy to play with the consciousness of the audience on an opening night of an exhibition. They just want to be a part of it and embody the artwork. A personification, as they have made it themselves. This is also the reason why some people want to pay so much money for an art work and how capitalism works. The same mechanisms of manipulation in ‘Iconoclasm’ is to be found in all religions.

Article in ‘Flash Art’: “The most intriguing highlights of the program include a show by Belgian artist Peter Puype”  http://www.flashartonline.com/2016/10/mediations-biennale-poznan/

Article in S Z U M: “Podejście kuratorów biennale do polityczności najlepiej oddaje instalacja Iconoclasm Petera Puype. Bazująca na prostej logice „daj się skusić i rozbij Maryjkę” religijna strzelnica operowała wymownym, ale łopatologicznym przekazem.”  http://magazynszum.pl/krytyka/poznanski-standard-5-mediations-biennale-fundamental

peter-puype-iconoclasm-1peter-puype-iconoclasm-3

Advertenties

FEAR IS A FUNNY THING

10 screen prints (10/10 numbered), made at Rietveld Academie – Amsterdam during the ‘Atelier #3’ at Brakke Grond – Amsterdam – Holland, September 2015.

The prints are part of ‘Decline’. See more / different Decline screen prints (10/10 numbered each print). 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Fear 1 Puype Fear 3 PuypeFear 5 PuypeFear 2 PuypeFear 7 PuypeFear 8 PuypeFear 4 PuypeFear 6 Puype Fear 9 Puype Fear 10 Puype

ICONOCLASM

Video:

ICONOCLASM VIDEO

 

Articles:

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=7V2KH878

http://www.cultuurcentrumbrugge.be/evenement_detail.jsp?evenement=286

http://focus-wtv-kw.rnews.be/nl/regio/wvl-8000/bollo-smitto-kraam-met-mariabeelden-zorgt-voor-commotie/Article-1184683226347-1194626356198.html?params=primarySelectedTab:Video

http://knack.rnews.be/nl/actualiteit/nieuws/boeken/blogs/benno-barnard/dagboekgedachten-16/opinie-1194702524536.htm

http://www.cultuurcentrumbrugge.be/nieuws_detail.jsp?nieuws=40

http://neuroamante.blogspot.com/2010/01/artistas-pra-frentex.html

Exhibition: ‘That’s All Folks’ – December 2009 – Januari 2010 – Brugge

Curators: Michel Dewilde and Jerome Jacobs (www.aeroplastics.net)

church of capitalism

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

criticus Johan Debruyne (h-ART, magazine) in gesprek met Peter Puype

“Idol, Icon, Idiot” in De Bond


“Esthetiek is de huisstijl van een goed merk geworden.”
Het “schone” Brugge zal nooit een optie geweest zijn, dus verwondert het me niet dat de in ’74 in het West-Vlaamse Veldegem geboren Peter Puype (°1974) in Gent woont. De vurige Club Brugge-fan nestelde er zich bovendien in de schaduw van het stadion van de Gentse aartsrivaal. Puype heeft over heel wat zaken een uitgesproken mening, hij koestert de dialoog en schuwt geen controverse. Met zijn beeldend werk (installaties, video’s, performances…) reageert hij op een maatschappelijke realiteit. Vandaag eisen de Westerse democratie en het Kerkelijk verderf a.h.w. vanzelf een cruciale rol op. Zo deed Puype begin 2010 met de installatie “Iconoclasm” (groepsexpo “That’s all folks!”/Hallen, Brugge) het oerconservatieve Brugge op zijn grondvesten daveren. Hij daagde de bezoekers uit om in een soort foorkraam met stenen naar Maria-beelden te gooien. Brugge is Maria-stad… Censuur was zijn deel. En kijk, vanaf 6/11 a.s. bouwt hij in De Bond, in Brugge (!), zijn geheel eigen kapel. Curator Michel Dewilde (CC Brugge) moet aanvoelen dat een vlijmscherpe beeldende boodschap vandaag meer dan ooit aan de orde is. Dat belooft!
Puype was eigenlijk voorbestemd om “coureur” te worden, maar een zwaar ongeval zorgde ervoor dat de puber gedurende jaren niet eens aan spelen toe kwam. Opgelegde tijd om na te denken, te piekeren. Wat heeft die cruciale fase in zijn leven voor consequenties gehad?
Peter Puype: “Dat “spelen” een cruciaal woord is geworden! Misschien ben ik als kunstenaar nog steeds aan het ‘spelen’ en wellicht op zoek naar verloren mogelijkheden. Ik heb geen keuze : voor mij is het dagelijkse leven net iets te banaal. Ik wil zoeken, ontdekken, bestuderen, voelen, op mijn bek gaan. Hoe dat laatste voelt, weet ik goed: vallen en weer moeten opstaan. Opnieuw leren wandelen, de wereld weer in de ogen kijken.
Toen ik 7 was kreeg ik een… koersfietsje. In ons dorp waren we met twee die graag coureur wilden worden. Onze vaders zaten altijd samen, in ’t zelfde café. De baas van ‘t café, vaders beste vriend, was wielerprof geweest. Als oudste van het gezin, moest vader al op z’n 14de aan de slag. We hadden net WOII achter de rug. Gabriël, vaders vriend, was vermoedelijk bij de eersten van de in die tijd bekende Flandria-ploeg, toevallig ook uit Zedelgem. Vader trainde met die gasten mee en reed ze af en toe los. Een gefrustreerde vent, dus, die zijn droom op zijn zoon zou projecteren. Maar op 1 maart 1984 werd ik aangereden. Door een wagen. Van “koersen” zou nooit nog sprake zijn! Ik heb nadien nog gesport, maar competitie was ondenkbaar. Misschien was ik wel bang om competities te rijden. Ik kan niet tegen mijn verlies en besef wat ik tekort schiet…”
J.D.: Wat heb je toen geleerd?
Peter Puype: “Dat mensen vaak geen andere kans hebben dan de dingen te doen die ze doen en hoe mensen vaak veroordeeld zijn nog voor ze geboren worden. Vandaar mijn interesse voor andere culturen. Ik wil begrijpen waarom bevolkingsgroepen geen kansen krijgen en andere ze dan weer verkwanselen. Na WOII heeft mijn vader het gezin van zijn ouders moeten bijstaan. Studeren en koersen waren uitgesloten. Daar is hij enorm gefrustreerd uitgekomen. Dus, als je een droom hebt: ga ervoor!”
J.D.: Letland, Estland, Poznan, maar ook New York… Je observeert hoe mensen samenleven en vervolgens zoek je naar een (beeldende) manier om commentaar te geven. Dat doe je in hoofdzaak met taal en grafiek. Voor jou zo veel belangrijker dan louter esthetiek! Je werk heeft, denk ik, vooral met identiteit te maken.
Peter Puype : “Veel werken zijn een zoektocht naar oorsprong en identiteit. Misschien omdat mijn identiteit zelf niet zo heel duidelijk is. Maar inderdaad belangrijker dan esthetiek… Esthetiek is volgens mij een academisch idee geworden. Ze steunt voor een groot deel op vastgelegde principes en stijlen uit het verleden. Het is de huisstijl van een goed merk geworden, smeer dat de schoen doet blinken. Ik geloof niet in een ‘eigen esthetiek’. Deze spiegelt zich altijd af op wat we al kennen en kunnen. Het kan ook een tijdsbeeld zijn dat zich naar de markt spiegelt. Ik veronderstel dat iedere periode zijn ‘beeldtaal’ heeft, maar daarom geen eigen esthetiek. Het publiek vindt esthetiek belangrijk : het is een aanknopingspunt. Het heeft zo een manier om te vergelijken en te (h)erkennen. Ik werk liever op een geïmproviseerde manier. Het doet me denken aan Free Jazz (Puype speelt contrabas in een band) en improvisatie. De boodschap in die stijl van de jazz is voor mij veel duidelijker dan een mooi liedje, een herkenbare melodie. Bij vrije improvisatie komen we veel dichter bij de ziel van de maker, de geest die de vrije loop krijgt en zo associaties maakt. Tijdens het improviseren valt het masker af! Hier komen we ook terecht bij een Freudiaanse of zelfs Lacaniaanse inslag van mijn werk. Mijn eerste tekeningen en een groot deel van mijn academietijd waren gericht op een eerder expressionistische gevoelsstijl. Maar ik vond dat eigenlijk teveel zoeken naar een stijl en niet naar inhoud. Het is de kunst van : “Het doet wel pijn hoor, mijn leven.” Zelfbeklag. Fuck that shit!
Esthetiek is volgens mij een middel om zichzelf te verbergen achter trucjes om het werk ‘mooier’ te maken. Het kan interessant zijn om te gebruiken, maar het mag niet alleen maar dát zijn. Veel kunstenaars grijpen continu terug naar dezelfde stijlkenmerken, omdat ze er ooit mee “gescoord” hebben, geld mee verdiend, zich veilig gevoeld. Is het omdat ze niet meer kunnen of willen ze ook niet meer? Ik ontwijk dit gedrag graag. Zolang ik een zoektocht kan ondernemen, zal ik werken. De rest is de commercie van het eindeloos herhalen van een stijl.”
J.D.: Doorgaans lijken me daarbij taal, grafiek én het materiaal dat je aanwendt belangrijke elementen…
Peter Puype : “Grafiek is toch dè vorm van een vastgelegd principe? Een goede lay-out en een goede letter liggen in een heel strak en sterk stramien en dit staat haaks tegenover mijn ‘free’ ideeën. Ik denk dus niet dat ik buiten het idee van ‘esthetiek’ sta. Ook anti-esthetiek is een vorm van esthetiek. Ik gruwel enkel van de vormen die al veel te lang gebruikt worden en die al te herkenbaar zijn. Laat mij maar zoeken naar oplossingen, i. pl.v. deze bij anderen te “lenen”. Misschien kom ik wel terecht in een vorm die al lang bestaat, maar dat deert mij niet.
Ik gebruik taal, omdat esthetiek en het mooie tekeningetje voor mij vaak overbodig zijn. De basis van kunst is voor mij een zinloos gegeven geworden, net doordat de zoektocht wordt tegengehouden door het (kunst)establishment! Doe dit, doe dat, en je zal scoren. Dit geldt zowel voor de beeldtaal als het format van ‘de carrière’ van de kunstenaar. Alles is vastgelegd en de job is geen passie meer, geen vorm van onderzoek, vraagstelling en oplossingen. Het is een vorm geworden om makkelijk geld te verdienen: het instituut ‘de kunsten’. Het houdt alle creativiteit tegen en coördineert ‘de markt’.
Terwijl ik niets tegen esthetiek heb. Als je mijn foto’s ziet, herken je wel een strakke vormgeving. Ik zie het gewoon als een middel om in een werk te gebruiken. Het is geen must. In de reeks tekeningen die ik maakte bij het werk “l’Histoire Occulte Des Belges” ben ik opzettelijk op zoek gegaan naar een stijl die een grafische indruk geeft. De tekeningen zien eruit alsof ze een grote stempel zijn. Voor mij is het niets meer dan een speelterrein, tools die gehanteerd kunnen worden om tot een resultaat te komen.
De laatste 20 jaar, de jaren na het post-modernisme, zijn voor mij vooral gekenmerkt door een eshtetiek zonder inhoud, terwijl kunst een (wetenschappelijk) onderzoek zou kunnen zijn en een maatschappelijk relevante verbeelding en bevraging.”
J.D.: Je werk heeft alles met identiteit en met je sociale betrokkenheid te maken.
Peter Puype: “Mijn werk is zowel een zoektocht naar het subjectieve als een objectieve benadering. Voor ik aan een werk begin, weet ik niet welk materiaal ik zal gebruiken. Eerst is er de idee, dan de uitwerking. Ik gruwel van mensen die heel hun leven hetzelfde gedaan hebben. Voor mij zijn dat ambachtslui. Stel je voor: heel je leven enkel maar schilderen, hoe saai moet dat zijn?
Ik voel me betrokken bij die van de free jazz, omdat zij de laatsten waren die de avant-garde nog een duwtje hebben gegeven. Ook in hun sociale positie vind ik mezelf terug. Van thuis uit heb ik leren vechten tegen sociaal onrecht. Maar ik heb ook de typische problemen van een arbeidersgezin leren bekampen. Naast de ‘koersrelatie’ met mijn vader had ik geen enkele band met hem. De linkse inslag in mijn werk komt vooral door de opvoeding van mijn moeder, terwijl ze beiden eigenlijk erg traditioneel West-Vlaams katholiek zijn. Misschien is dat ook de oorzaak van mijn hekel aan de Kerk met haar valsheid en bedrog. Mijn ouders zijn misschien wel katholiek, maar schelden elkaar de hele dag de huid vol.”
J.D.: Het Westers kapitalisme krijgt het hard te verduren…
Peter Puype: “In Estland en Letland bijvoorbeeld ben ik op zoek gegaan naar de invloed van politieke systemen op het menselijk gedrag (individueel en collectief). Beide landen zijn bezet geweest door de Russen en het communisme. Toen de muur gevallen is, zijn ze opgeslorpt door het Westers Kapitalisme. Ik had gedacht dat er in deze omgeving wel interessante projecten zouden ontstaan zijn. Dat overgang en vernieuwing zouden zorgen voor verandering en frisse ideeën. Niets is minder waar! Door het feit dat de bevolking bijna 50 jaar van achter een gordijn heeft mogen kijken naar onze kapitalistische welvaart was ze erg hongerig en was het gemakkelijk om het kapitalisme in te lepelen. Ik noem ze über-kapitalisten. Ze zijn veel beter getraind in consumptie dan wijzelf!”
J.D.: In New York bracht je, in diverse materialen en op tal van publieke plaatsen, de slogan “The West Must Die” aan…
Peter Puype : “Het werk in NYC was van een ander kaliber. In de zomer van 2008 was ik te gast in galerie Ad Hoc (Brooklyn). Zij organiseren ook Peripheral Media Projects, een zeefdruk-collectief. ‘The West Must Die’ werd in het Chinees, Russische en Arabisch op stukken karton, oud papier, affiches, etc. gedrukt. Deze afgedankte materialen kregen een nieuwe betekenis. Ik heb ze in NYC in het straatbeeld gebracht: op muren, aan telefoonpalen, tussen hopen afval die ‘s avonds voor de winkels lagen. De vertalingen heb ik gemaakt via de gekende vertaalwebsites. Ik weet nog steeds niet of ze correct zijn. Dat doet er mij ook niet toe. Ik had zoiets van: ‘Wij, Westerlingen’, wij weten waarom. Wij mogen slordig omspringen met andere culturen en andere talen. Misschien is dit ook de inhoud van het internet : halve waarheden en een overaanbod aan rommel. Aan de andere kant is dit ook een verwijzing naar de Amerikaanse cultuur. Het gebruik van andere talen, buiten het Engels, geeft mij de kans om aan te tonen dat Amerikanen enkel rekening houden met zichzelf. Een andere taal is van geen belang daar. Maar hoe kunnen we een andere taal begrijpen, hoe kunnen we een inhoud van een cultuur begrijpen als we de taal niet verstaan? Een taal is de verduidelijking van een cultuur. Kunnen we echt tot de kern van ‘The West Must Die’ komen op het moment dat een Arabier, een Chinees of een Rus deze directe woorden tot zich neemt? Wij proberen dit te begrijpen vanuit ons standpunt, vanuit onze cultuur. Maar wat is de echte betekenis? Voor een Westerling is dit iets zeer agressiefs. Het werkt volgens mij even sterk als een reclameboodschap, want dat is de meest directe manier van communiceren in het Westen. Zo is ook de grootste vorm van ons bestaan gevormd: commercials. Alles is “commercial” geworden en dit willen we ook overbrengen naar de rest van de wereld. Commercials zijn ook de manier van propaganda voeren in het Westen. Gezien we deze vorm zo goed begrijpen, zijn we er ook zo bang van geworden. Ze spelen rechtstreeks in op de emoties van het publiek.
Aan de andere kant moeten we ook rekening houden met ‘The Patriot Act’ in de VS. Elke vorm van commentaar tegen de staat kan aanzien worden als terrorisme tegen de VS. Maar of dit werk nu echt een vorm van terrorisme inhoudt, dat denk ik niet. Het is wel een manier van aantonen hoe intolerant de VS is t.o.v. andere culturen. Hoe weinig respect ze hebben, hoe ze zichzelf in het midden positioneren en willen vernietigen. Hoe ze democratie verwarren met kapitalisme, hoe alles “commercial” is geworden, ook: ‘The West Must Die’.
Om mijn werk verder te zetten zou ik zeer graag naar Midden-Afrika gaan en er werken. De verhalen van de Afrikanen interesseren mij enorm. Ik wil hun visie horen, weten wat zij denken over ‘The West Is The Best’.”
J.D.: Wat je maakt stemt zelden vrolijk. Het is nauwelijks verkoopbaar… en je staat ver van het (artistiek) establishment. Er komt al eens bloed bij te pas en de taal die je hanteert getuigt niet van een optimistisch mensbeeld. En als het eens al eens “plezant” zou kunnen worden en je laat de bezoeker Maria-beelden aan diggelen gooien, dan legt de overheid het spel aan banden…
Peter Puype: “Mijn werk is een constante zoektocht, de Avant-Garde in acht houdend. Vandaar dat ik op het idee kwam om werk tijdens een tentoonstelling te vernielen. Dat is eerder gebeurd. Het doet mij denken aan de Dadaïstische en Futuristische bijeenkomsten waar het publiek werd uitgedaagd om de kunstenaars fysiek aan te vallen. Zelfs happenings in de jaren ‘50 en ‘60 waren vooraf bedachte gebeurtenissen die bedoeld waren om de openbare orde te verstoren. Deze subversieve, anarchistische inslag sluipt af en toe in mijn werk…
Het stemt mij inderdaad niet vrolijk om te beseffen dat het Westerse Kapitalisme een globale stempel wil zetten op de rest van de Wereld. Globalisme is slechts een product van de kapitalist die democratie gebruikt als dekmantel. De politieke macht heeft niks meer in de pap te brokken.”
J.D.: Maria…
Peter Puype: “Het gebruik van Maria is niet zo zeer een aanval op het geloof of de moederfiguur Maria, maar eerder een bedenking op de oorsprong en de gevolgen van dit beeld. Maria is voor mij de symbolische moeder van het Westen. Haar zoon is Jezus, hoofdrolspeler in de Bijbel, het boek van “onze” Waarheid. Het Westerse kapitalisme steunt vooral op de waarden van de Katholieke kerk en is zo ook een zoon van Maria. Daarbij heeft biechten een sleutelpositie. Elke fout die we begaan wordt gerechtvaardigd als we biechten. Dus hebben we al in ons achterhoofd de idee: wij mogen alles doen, God vergeeft ons toch. Dit denken is een basiswaarde in onze cultuur. We kunnen ongestoord verder de wereld veroveren, plunderen…
Door het stukgooien van de beelden wou ik aantonen dat het product dat vernield is, nog steeds een product blijft. Een schilderij van een Griekse tempel heeft evenveel waarde als een schilderij van een ruïne van een Griekse tempel. Op deze manier kreeg ik beide beelden samen in één beeld (werk). Deze beelden stonden in een foorkraam. Zo’n kraam vinden we op ‘de markt’. De markt is een plaats waar gecommuniceerd kan worden. In het Grieks de “agora”, de plek waar het publiek samenkomt om ideeën uit te wisselen.
De Brugse schepen van cultuur heeft in de media gezegd ‘dat de kunstenaar geen geld meer had om nog meer beelden te maken’. Was dit echt zo? Hoeveel kost een zak gips? Als ik dan al geen geld had om een zak plaaster te kopen, dan waren er zeker wel genoeg toeschouwers die mij € 20 wilden geven om het schietkraam “draaiende” te houden. Een leugen, dus. Als het publiek echt niet had mogen gooien, na de mediacommotie, dan had de organisatie toch de stenen weggenomen? Is niet gebeurd!
De laatste dag is er opnieuw een regen van stenen op de beelden terechtgekomen. Dit kwam doordat enkele jongeren, puur voor de kick, over de omheining waren gesprongen. Dat is dan het gevolg van de commotie die door de media zelf is veroorzaakt.”
J.D.: Haal Puype in huis en je krijgt aandacht en/of commotie. Dus zijn én overheid én galeries op hun hoede, denk ik dan. Bovendien lijkt je werk amper verkoopbaar. Hoe overleef je?
Peter Puype: “Tja, Club Brugge heeft ook een Nabil Dirar in huis en Napoli had Maradona in zijn kern. Was Frank Vandenbroecke zo’n slecht renner? Om over Mario Cipollini nog maar te zwijgen. Wat is er mis met de explosiviteit van Cavendish (net wereldkampioen geworden(J.D.)? In een klassieker kan je jezelf niet verstoppen. De prijzen worden uitgedeeld aan de meet. Het doet er dan niet meer toe hoe je gedrag is, zolang je maar hard kan rijden en nooit moe wordt. Een echte koers begint ook maar na 220km, waar enkel de taaisten overblijven. Deze extreme situatie interesseert mij: wanneer de gezichten verbleken en de maskers afvallen. Wanneer Tyson in de ring stapt… In kunst kan men zichzelf wel verstoppen en het spelletje meespelen: image is everything.
Hoe ik voorts overleef? Ik geef quasi halftijds les… Maar ik ga niet akkoord met de stelling van onverkoopbaarheid. Alles is verkoopbaar. Alles is een product. Je kan er desnoods een product van maken of het publiek voor de gek houden en het geld uit de zakken van de verzamelaars en kopers jagen. Deze houding is de truc van de vorige generatie: heel grote namen die voor het geld gaan. Ze hebben een economisch systeem opgezet en laten het publiek geloven dat kwaliteit gepaard gaat met de kostprijs van een kunstwerk. Carrièreplanning heet zoiets. De inhoud is van ondergeschikt belang geworden. Ook al zeggen ze zelf iets anders, hun eerste studie is de markt en hun marktaandeel. Ze zijn in de eerste plaats bezig of proberen althans in de geschiedenisboekjes te komen. Het artistiek establishment doet daar goed aan mee. De musea, de galeries zien de kunst vooral als product. Vooral in Vlaanderen zien we een liberaal-kapitalistisch patroon. Ze hebben zichzelf ook uitgeroepen tot de top van de wereld. Maar waarmee? Ik stel me de vraag. De jonge kunstenaars van mijn generatie die scoren zijn zij die ofwel fils à papa zijn ofwel maken ze grote objecten waarvan alleen ‘esthetiek’ overblijft. De inhoud die eraan gegeven wordt is slechts een aanhangsel, een verzinsel, om er toch maar enige gewichtigheid aan te geven. Ze durven geen stelling in te nemen, omdat ze bang zijn dat hun commerciële waarde in het gedrang zou komen. Kunst is in dit geval niks anders dan een wereld van vertoon, show en maskers: Hollywood.”
J.D.: Wat was de eigenlijke bedoeling achter “Iconoclasm”? Sommigen namen de woorden “lomp” en “aandacht zoeken” in de mond.
Peter Puype: “‘Iconoclasm’ is voor mij niet enkel de Beeldenstorm. Het woord icoon staat voor veel meer. Voor mij is ook de aanval op de Twin Towers in NYC een iconoclasm. Evenzeer de val van de Berlijnse Muur, het tegen de vlakte halen van de beelden van Saddam Hussein, Khadafi en Stalin, kunnen we rekenen bij iconoclasme. Iconoclasm houdt wel een verandering in, een overgang, een breukmoment. Misschien is het werk Iconoclasm ook wel een breukmoment: er is zeker en vast een verandering aan de hand in de Katholieke kerk en ook de beurzen doen het bijzonder slecht.
Eerst en vooral wil ik hierover zeggen dat zij die mij de aandacht gegeven hebben, daar zelf hebben over beslist om dit werk in de media te brengen. Zelf had ik nooit verwacht dat er zo’n zondvloed aan commentaar zou komen. Had ik dit werk in Gent, Brussel of Antwerpen gebracht, dan had geen haan ernaar gekraaid.
Wat kan ik eraan doen dat zelfs de woordvoerder van de voormalige Kardinaal Danneels ook zijn zeg wou doen over dit werk. Hierop kan ik enkel maar antwoorden: een goed kunstwerk raakt de mensen. Of dit nu in negatieve of positieve zin is, dat doet er niet toe. Ik vraag me af waardoor het publiek nu het meest gechoqueerd was : was het door het feit dat het kunstwerk werd vernield of was het door het feit dat ik Maria-beelden heb gebruikt?
De participatie van het publiek vind ik heel interessant. Ik heb nooit gezegd dat ze moesten gooien. De stenen lagen er. Het publiek werd a.h.w. uitgedaagd. Dit doe ik vaker in mijn werk: de toeschouwer in verschillende perspectieven t.o.v. het werk brengen. Het verplaatsen van de context. Zo is er ook een ander werk gedeeltelijk vernield geweest in Polen. Het waren woorden die op een blad waren geprint. De tekst stond onderaan op het blad en erboven was er een dwingende witte ruimte. De woorden kwamen uit gesprekken tussen mij en de curator. Sommige woorden waren offensief. Ik begrijp dat de toeschouwer de woorden in connectie bracht en ze reflecteerde op zichzelf en op zijn samenleving, in dit geval Polen. De lege, witte ruimte had voor mij de bedoeling om door de toeschouwer zelf ingevuld te worden. Eén iemand heeft de daad bij het woord gevoegd en de werken beklad met stift.”
J.D.: Nog eens terug naar “Iconoclasm”. Waarom een foorkraam?
Peter Puype: “Ik heb een foorkraam gebruikt, omdat het een verwijzing is naar de kermis, naar het feest op de markt. Op ieder marktplein staat er wel een kerk. De banaliteit van het spel in confrontatie met – voor mij – een even banaal geloof. Een kerk die niets meer te bieden heeft. Een geloof dat al decennia lang is uitgedoofd.
Het spel, het foorkraam, zijn een metafoor voor het geweld dat in de verkoop van producten zit. Maar ook een verwijzing naar de trucs die de Kerk al jaren gebruikt om mensen te overtuigen, zoals venters of marktkramers die hun producten aan de man brengen in een gelijkaardig kraam. De voldoening bij aankoop is enorm. Na een middag shoppen zijn we voldaan. Onze “honger” is even gestild. Vooral de daad van het betalen geeft een kick: de verslaving van de consumptie. (Dit gedrag is onze perceptie van de werkelijkheid. Dit gedrag kunnen we ook invullen bij de bedoeling van het werk ‘The West Must Die’, de aanvoeling en invulling van de primaire gevoelens en hoe deze worden getriggerd in TWMD.) Dit is dezelfde kick die de toeschouwer had op de tentoonstelling toen hij met een steen naar de beelden gooide. Toch mogen we niet vergeten wat voor een wereldse problemen zich stellen bij onze producten: ecologisch, kinderarbeid, dierproeven, etc. Als Maria de moeder is van het kapitalisme, is zij ook de metafoor voor het product.”
J.D.: In hoeverre neem je als kunstenaar de gelegenheid te baat om maatschappelijke ontwikkelingen een duw te geven?
Peter Puype: “Het kan gezien worden als een manier van aandacht zoeken. Maar is er daar iets mis mee? We leven nu eenmaal in een mediaal communicatietijdperk. Waarom moet een kunstwerk altijd via de gekende kunsthuizen passeren? Die hebben i.v.m. de kunst toch niet de absolute waarheid in pacht? Alsof de gevestigde namen de populaire media niet gebruiken om met hun werk naar buiten te komen…
Propaganda (zie ‘Bureau van Propaganda’ – Mediations Biënnale – Poznan, 2010) is ook een deel van mijn werk. Het handelen, de daad en de vorm van het communiceren zijn voor mij even belangrijk als het werk zelf. Via dit gegeven in mijn werk kan ik structuren van de Westerse communicatie blootleggen. Ook de media steunen op katholieke principes. Toen de boekdrukkunst ontstond waren, naast het kaartspel, bidprentjes de meest verspreide beelden! Het schilderij in de kerk had afgedaan. Het was de eerste keer dat een prent de muren van de woonkamers van het volk versierde. Ook de bijbel moest niet meer met de hand geschreven worden.
Tja, de toeschouwers kunnen inderdaad van mening zijn dat ik media gebruik om ‘in the picture’ te komen. Dat is hun volste recht. Hier wil ik verwijzen naar de video ‘Puype For President’. Die werd gemaakt n.a.v. de performance bij het werk ‘l’Histoire Occulte Des Belges’. (zie verder)
In die performance ga ik opzoek naar reacties van het publiek. Ik had mezelf in ‘politicus’ vermomd. Naar de opening van de BAT10-tentoonstelling werd ik gebracht in een glimmende, grote auto. Ik had een eigen chauffeur die het portier opende. Er stond een professionele cameraploeg mij op te wachten: cameraman en geluidstechnicus. Door het vertoon, de manier van binnenkomen en de camera op mij gericht, was het publiek al op een verkeerde been gezet. Ik deelde ‘flyers’ uit. Daarop stonden zinnen uit “J’aime La Vie” van Sandra Kim. Deze vertoning was compleet fake, maar toch werden er mensen kwaad op de geel-zwarte kleur, op mijn aanwezigheid en mijn agressieve manier van ‘campagne voeren’. Er was zelfs een journalist die mij kwam interviewen. Ook hij had het niet door.”
J.D.: ”Your country ain’t your blood”. Mag ik dit ook nog eens een “mooi” werk vinden? Die drie reservoirs, de uit het kalk gekapte letters… Is dit een verwijzing naar een door een soort groepsgevoel gevoede onverdraagzaamheid die almaar toeneemt?
Peter Puype : “Ja. Het werk werd in Tallinn (Estland) gemaakt. Daar werkte ik in de Cultuurfabriek. In de Sovjet-periode was de Russische bevolkingsgroep de hogere klasse van de samenleving. Maar toen het systeem de pijp aan Maarten had gegeven, hadden we plots een omgekeerde situatie. De originele bevolking van Estland kreeg zijn ‘status’ terug. Iets minder dan de helft van de bevolking is er van Russische origine. De haat tegenover de Russen is vaak enorm. Alle standbeelden die aan die Russische overheersing herinneren worden uit het straatbeeld genomen, soms erg provocerend. Toch is in Estland een deel van de bevolking met Russische oorsprong geboren. Ze worden behandeld als tweederangsburgers. Toen ik verder dacht aan dit gegeven kwam ik terecht bij de immigranten in West-Europa. Velen zijn afkomstig uit Marokko, Turkije… Ook zij zijn geboren in ons land. Als we nog verder kijken dan ons Vlaamse landschap, kunnen we ook de situatie in België bekijken.
Het gebruik van bloed is een verwijzing naar dat autoaccident. Toen ik wakker werd na de operatie op Intensieve Zorgen bevond ik mij in een plas bloed. De wonde aan mijn knie wou niet hechten en mijn been lag omhoog. Daardoor liep al het bloed langs mijn bil tot onder mijn kont. Het was een verschrikkelijk beeld, zeker toen ik voor me opkeek en zag dat er ook bloed werd toegediend: hoe zinloos…”
J.D.: Esthetisch fraai, jawel, hoe je die tekst uit een muur wegkapt of met zo’n benzineteller aan de slag gaat en daar de woorden FALSE, CLASS, LOSE en HEAL mee vormt.
Waarom resideerde je trouwens een paar keer in voormalige Oostbloklanden? Is de mens niet overal dezelfde? Het draait toch overal om geld en eigenbelang?
Peter Puype : “Dit werk gaat samen met een reeks andere werken. Op een bepaald moment was ik gefascineerd door de olieindustrie. Een gevolg van de golfoorlog wellicht. Daardoor ben ik spullen van een pompstation beginnen verzamelen. Zo heb ik de cijfers van de tellers kunnen krijgen, enkele tellers, benzinepistolen, prijsborden… Met deze materialen ben ik beginnen werken en combineren.
‘False, Class, Lose en heal’ gaat over de belangen in de oliebusiness. Maar ook, opnieuw een reflectie naar mijn eigen oorsprong, over de verliezende klasse: die door de valse beloftes nooit te genezen valt. In diverse werken zie je ‘Class’ opduiken (to hell with your middle class, bvb).”
J.D.: Je haalt flarden uit een (Frans) liedje waarmee Sandra Kim voor België het Eurosongfestival heeft gewonnen. Zwarte letters op geel papier en dit in verkiezingstijd op verkiezingsborden in… Antwerpen! Het VB-lettertype. De borden werden meteen gevandaliseerd. Wat wilde je hier eigenlijk duidelijk maken?
Peter Puype : ““l’Histoire Occulte des Belges” is de titel van het werk. Het was de bedoeling om dit werk in 2009 te brengen op de tentoonstelling BAT10 (tentoonstelling langs de anti-tankgracht in het noorden van de provincie Antwerpen – curator Flor Bex).
Deze anti-tankgracht ligt in de gemeente Brasschaat. Mijn eerste reflex ging naar de bevolking van deze gemeente en haar stemgedrag. Daar wordt er enorm veel VB gestemd, wat ik niet zo goed begrijp. Ik ben opzoek gegaan naar een symbool voor België, zo kwam ik op ‘J’aime La Vie van Sandra Kim uit, het liedje waarmee ze scoorde op het Eurovisiesongfestival. Ik heb de zinnen uit hun context getrokken. Toen ik dit deed, zag ik plots een zeer existentiële werkelijkheid. Deze zinnen heb ik aanvankelijk gecombineerd met beeld (tekeningen van Leopold II, het CCC, Paul VDB, FN Herstal, Congo…). Daarna heb ik de gele affiches met de zwarte tekst erop bedacht. Vlaamse kleuren met een Franse tekst.
In dit werk ‘l’Histoire Occulte des Belges’ wou ik aanduiden dat Vlamingen en Walen veel meer gemeen hebben dan we wel denken. Er is natuurlijk een culturele verscheidenheid. Maar is het niet zo dat er in Wallonië zeer veel Vlaamse migranten wonen? Vlamingen die er net na de oorlog zijn gaan wonen om er te werken in de metaalindustrie. Zelfs mijn grootvader heeft in La Louvière veel van zijn dagen versleten. Ik had Waal kunnen zijn.”
J.D.: Je houdt niet van producten en vindt dat alles al gemaakt is. “Art in progress” is dus niet aan jou besteed. Heel wat kunstenaars zijn met het verleden bezig. Dat verkoopt goed. Jij wil liever in de toekomst kijken.
Peter Puype : “Kunstenaars die met hun stijl naar het verleden verwijzen zijn vaak bezig met het herhalen van een stijl. Voor mij is dat net iets te academisch. Ze willen de esthetiek van een bepaalde stijl nabootsen. Terwijl de tijd helemaal anders is. Ik zie deze kunst vaak ook als erg ‘romantisch’. Er is natuurlijk geen probleem met kunstenaars die bezig zijn met het verleden, maar ze moeten ze kunnen verwerken in een hedendaagse vorm, zonder dat er een zweem van dat verleden aanwezig is. Maar dat gaat niet meer, vrees ik. Kan dit nog? Er kan een vorm van stijl aanwezig zijn, maar het inhoudelijke moet zo sterk zijn, dat de vorm ondergeschikt wordt. Ik koester argwaan als men van een kunstwerk alleen maart kan zeggen hoe mooi het is.
Maar ja, die herkenbaarheid en de erkenning die ze ervoor krijgen van het publiek, op hun bankrekening… Dat is vaak de dooddoener van de smaak. Ze steken zich graag weg achter het post-modernisme. De slogan van: ‘alles is al gedaan’, het einde der tijden… Correct dat alles al gedaan is, maar toch komt er een volgende dag en nog een volgende dag en deze moet ook vorm gegeven worden. Niet enkel op politiek, economisch, sociaal gebied. Ook op artistiek vlak moet er een invulling komen. We kunnen maar leren uit de fouten van het verleden. De kunstgeschiedenis heeft voor velen een aureool dat we niet mogen aanraken. Als een stroming zijn bevestiging heeft gekregen, is dat een absolute waarheid geworden. Ik spreek over de inhoud, niet over de vorm. Jammer vind ik dat. Zoals het wereldse gebeuren aanpassingen doormaakt, zo zou het ook met kunst moeten kunnen. Dat is voor mij “art-in progress”. “Art-in-probeelsel” denk ik nu. De kunstmarkt en de critici vragen altijd een afgewerkt product, volgens de normen van de compactheid, de snelle hap, de verkoopbare hit. Werken moeten ontdaan zijn van alle ruis: het zogenaamde afgewerkte product. Natuurlijk moeten werken dat zijn, maar toch mag de kunstenaar ook eens een werk (opzettelijk) brengen dat interpretaties zal krijgen. Net doordat er een ruis aanwezig is, kunnen er meerdere connotaties optreden en deze kritiek kan gebruikt worden om tot een afgewerkt geheel te komen: het “afgesloten” kunstwerk. Ik durf dit hier en daar wel eens te doen, enkel om de reacties te zien en te horen: het maatschappelijk debat over het werk. Dit doe ik soms met hetzelfde werk op diverse plaatsen, net om het publiek in de val te lokken. De video ‘Puype For President’ is zo’n geval. Ik heb bewust de montage uitgesteld en alle opnames getoond: raw and uncut version. Dit is voor mij interessant, omdat er diverse richtingen aanwezig zijn in de volledige opname. Als ik direct ga knippen en plakken met een montage, dan kan ik andere inhouden verliezen en of over het hoofd zien.”

JOHAN DEBRUYNE, oktober 2011

DE WERELD MORGEN + more = IDOL ICON IDIOT

Foto’s en video zijn gemaakt door Geert Lenssens en Vik Bulik.

VIDEO: www.dewereldmorgen.be/video/2011/11/14/idol-icon-idiot-peter-puype-stelt-tentoon-in-brugge

FOTO’S: www.dewereldmorgen.be/foto/2011/11/13/kunstenaar-puype-in-de-bond

De Morgen: http://www.demorgen.be/wca_digi/agenda_detail/102/651036/Rommelmarkt-werktitel.html

http://www.supo.be/artikel/3912/Kunstenaar_Peter_Puype_bekritiseert_Kerk

Pictures of the ‘IDOL ICON IDIOT’ exhibition

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

http://www.moonartgallery.be/index.php?option=com_content&view=article&id=199:puype&catid=37:beeldende-kunst&Itemid=81